Een domein registreren bij één registrar: een uitgewerkt voorbeeld
Het paneel van elke registrar is anders ingedeeld, en de DNS-sectie zit meestal twee menu's diep onder een naam die niemand zou raden. Hieronder staat één paneel van begin tot eind doorlopen. Het jouwe komt niet pixel voor pixel overeen; de vorm van de taak wel.
1. Het account aanmaken
Voor de registratie zijn een naam, een adres en een e-mailadres nodig. Geef een postbus op die alleen jij leest: juist daarlangs stelt de registrar later het wachtwoord opnieuw in, en daarmee is die postbus de sleutel tot het domein zelf.



2. Een naam vinden die werkelijk vrij is
Zoek, en ga ervan uit dat de meeste korte namen bezet zijn. Een langere, saaiere naam heeft twee voordelen: hij is beschikbaar, en hij valt niet op bij de aanmeldformulieren waarvoor je hem gaat gebruiken.



3. De stap waar iedereen op vastloopt: DNS
Open na de aankoop de bestelling en zoek naar iets dat DNS Management, DNS Zone, Advanced DNS of Name servers heet — de naam wisselt, de inhoud niet.




Voeg één MX-record toe. De exacte waarden — hier, en ze zijn bij elke registrar dezelfde.
4. Wachten, en daarna nakijken in plaats van gokken
Een DNS-wijziging heeft ergens tussen een paar minuten en een dag of twee nodig om zich te verspreiden. Versnellen kan niet, maar zien hoe ver het staat wel: de domeincontrole bevraagt de eigen naamservers van je domein, live, en toont hun antwoord.
Meldt ze het MX-record, open het domein dan hier en de mailbox werkt. Doet ze dat nog steeds niet, dan zijn er drie mogelijke oorzaken en een manier om ze uit elkaar te houden.